Position Paper KVNR Begrotingsbehandeling IenW 2026
Nederland is een zeevarende natie. Negentig procent van alle goederen reist over zee; van medicijnen en medische apparatuur tot chips, batterijen en voedsel, en van zand (grondstof) en cement (halffabricaat) tot glasplaten (eindproduct) en andere onmisbare bouwmaterialen voor de woningbouwopgave. Zonder betrouwbare maritieme logistiek komen woningen, infrastructuur en energietransitieprojecten in de knel. De zeevaart is hiermee de logistieke ruggengraat van ons verdienvermogen.
Nederlandse vloot neemt af, maritiem ondernemingsklimaat staat onder druk
Nederland verliest snel terrein in aandeel in de wereldvloot, terwijl een grote vloot onder Nederlandse vlag juist essentieel is voor onze economische en strategische weerbaarheid. Landen als Denemarken en Noorwegen versterken juist hun maritieme positie. In 11 jaar tijd daalde ons aandeel met 24,8% in aantal schepen en zelfs 41,8% in bruto tonnage (zie figuur 1).
Om deze negatieve trend te doorbreken, is het essentieel dat we een maritiem klimaat in Nederland creëren waarin reders wereldwijd concurrerend kunnen ondernemen met schone schepen dat ziet concreet toe op 3 punten:
1. Verbreed de afdrachtvermindering zeevaart en de tonnageregeling naar offshore activiteiten
Nederlandse offshorewerkschepen zijn steeds belangrijker voor wind op zee, kabels, infrastructuur en maritieme weerbaarheid, maar vallen nu onvoldoende onder de fiscale zeevaartregelingen. Daarom is het belangrijk vaart te maken met de uitvoering van de motie-Stoffer (Kamerstuk 31 409, nr. 392).
De motie roept het kabinet op om offshoreschepen ook onder de tonnageregeling en de afdrachtvermindering zeevaart te laten vallen. Samen met de willekeurige afschrijving zeeschepen vormen deze regelingen de backbone van het Nederlandse maritieme vestigingsklimaat.
De huidige Nederlandse tonnageregeling is gebaseerd op een systeem waarbij transportactiviteiten centraal staan. Nieuwe maatschappelijke opgaven brengen nieuwe activiteiten mee. Zo komt een schip dat olie van zee naar land vervoert wel in aanmerking voor de regeling, terwijl een schip dat CO₂ van land naar een leeg gasveld op zee transporteert buiten de reikwijdte valt. Dat knelt, omdat juist deze offshoresector een sleutelrol speelt bij de energietransitie, de ontwikkeling van wind op zee en de versterking van de strategische autonomie van Nederland en Europa.
Veel maritieme landen om ons heen hebben hun regelingen inmiddels aangepast of zijn daar actief mee bezig. Als Nederland achterblijft, ontstaat een ongelijk speelveld bij internationale tenders en komt de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven onder druk te staan, ook op onze eigen Noordzee.
2. Draai de afbouw van het verlaagde
energiebelastingtarief voor walstroom terug
Beschikbare en betrouwbare laadinfrastructuur helpt emissies in havens terug te dringen en maakt het mogelijk schepen waar mogelijk de first en last mile elektrisch te laten varen. De ingezette afbouw van het verlaagde energiebelastingtarief voor
Walstroom wordt duurder dan nodig, terwijl het juist fossiel energiegebruik aan de kade moet vervangen. Het oplopende tarief verslechtert businesscases, vergroot de benodigde subsidie en verlaagt de doelmatigheid van reeds publiek gefinancierde infrastructuur. Bovendien gelden vanaf 2030 Europese verplichtingen voor het aanbieden en gebruiken van walstroom bij relevante container- en passagierssegmenten. Een fiscale rem past niet bij die publieke verplichting.
Draai deze afbouw terug en borg dat investeringen in walstroominstallaties haalbaar blijven. Breng daarnaast ook het opladen van (batterij-)elektrische schepen onder het minimumtarief in de energiebelasting, in lijn met de recente QuickScan Effecten Verlagen Energiebelasting Elektrisch Varen.
3. Breid de capaciteit van de NLMA uit
Nederlandse reders behoren internationaal tot de top. De Nederlandse vlag geldt wereldwijd als kwaliteitsvlag en behoort al jaren tot de best presterende vlaggenstaten. Nederlandse reders investeren in innovatie, digitalisering, verduurzaming en veiligheid en versterken daarmee de internationale positie van de sector.
Nederland wil zijn maritieme koploperspositie behouden door Nederlandse bedrijven te ondersteunen én internationaal richting te geven aan regels voor veiligheid en duurzaamheid. Daarmee kan Nederland strategisch voordeel opbouwen in opkomende maritieme technologieën.
De Nederlandse Maritieme Autoriteit (NLMA) vervult hierin een rol als verbindende factor tussen verschillende departementen en diensten én de sector zelf. Dit draagt bij aan de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de Nederlandse vlag. Echter zijn de huidige middelen (€1,3 mln) onvoldoende; de NLMA loopt tegen haar grenzen aan.
Geef de NLMA expliciet mandaat om internationaal als voortrekker en coalitiebouwer op te treden en verhoog het budget met €5–7 miljoen per jaar. Zet hiervan 10–15 gespecialiseerde fte in voor internationale inzet voor de spelregels op juridisch, nucleair en maritiem terrein.
Deze middelen zijn cruciaal om de Nederlandse koplopersrol internationaal waar te maken en de Nederlandse vlag aantrekkelijker te maken. Zeker gezien de rol die een sterke Nederlandse vloot speelt in onze defensie en strategische autonomie is het noodzakelijk om deze financiering veilig te stellen. Bijvoorbeeld door nadrukkelijk samen met Defensie naar oplossingen te zoeken. Gelet op het belang voor onze nationale veiligheid is Defensie een logische partner.
Nederland moet kunnen rekenen op een sterke eigen vloot in cruciale segmenten, voor veilige aanvoer van vitale goederen en het onderhoud en de bescherming van Noordzee-infrastructuur. Een krachtige vloot stimuleert bovendien groei van de maritieme economie. Nederland heeft alles in huis om een toonaangevend maritiem ondernemingsland te blijven, mits we nu gezamenlijk investeren in de condities die dat mogelijk maken. Als Nederland relevant wil blijven in het mondiale maritieme speelveld, is het nu tijd voor actie.