Nederlandse vlag vraagt om regie, ruimte en innovatie

Nieuws
30 januari 2026
#Onbelemmerd ondernemen

Gisteren was het halfjaarlijkse debat van de Tweede Kamer met minister van Infrastructuur en Waterstaat Robert Tieman over maritieme onderwerpen. Hoofdonderwerpen die de revue passeerden en voor de zeevaart van belang waren: Nederlandse Maritieme Autoriteit (NLMA), nucleaire voortstuwing, verduurzaming en het IMO Net Zero Framework, de Europese Maritieme Industriestrategie en de instroom in het zeevaartonderwijs. 

NLMA en nucleaire voortstuwing

Luciënne Boelsma-Hoekstra (CDA), Hidde Heutink (Groep Markuszower) en Chris Stoffer (SGP) vroegen aandacht voor de NLMA. Uit de evaluatie is gebleken dat 80% van de sector positief is over de NLMA. Boelsma vroeg hoe de NLMA bijdraagt aan het Nederlandse vestigingsklimaat. 

Heutink haakte in op de afname van de Nederlandse vlag op de wereldvloot in de afgelopen tien jaar, om te vragen hoe de regering de maritieme sector en de Nederlandse vlag weer aantrekkelijk kan maken. Het terugdringen van regeldruk en schrappen van nationale koppen op Europese en mondiale regels zijn daar een eerste stap in. 

Stoffer vroeg om meer beslissingsbevoegdheid van de NLMA om een voortrekkersrol van Nederland te pakken. Daar is ook meer geld voor nodig, omdat de NLMA nu al tegen haar grenzen aanloopt. De ontwikkeling van nucleaire voortstuwing van zeeschepen is een voorbeeld van zo'n voortrekkersrol. De overheid moet zo'n privaat initiatief vanuit de sector (die Allseas onderneemt) ondersteunen door versnelling van vergunningsprocedures en door de NLMA meer capaciteit te geven om voor ruimte in internationale regels te zorgen. Ook Maarten Goudzwaard (JA21) verwees in zijn inbreng naar het sterke en veelzijdige maritieme cluster, dat van groot economisch en strategisch belang is. Een robuuste vloot onder Nederlandse vlag is daarbij onmisbaar. Economisch gezonde rederijen moeten de ruimte krijgen om te investeren in kwaliteit, innovatie en toekomstbestendigheid. 

De minister bevestigde dat ook hij wil dat de Nederlandse maritieme sector en de Nederlandse vlag aantrekkelijk blijft. Dat is de reden dat de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie, samen met reders en de NLMA in het leven zijn geroepen. In de NLMA wordt gewerkt aan betere dienstverlening, eenvoudiger regels en bevordering van innovatie. Met andere woorden: de NLMA moet leiden tot betere samenwerking in de gehele keten van beleid tot vergunningverlening. De minister erkent dat de NLMA met een jaarlijks budget van € 1,3 miljoen tegen de grenzen aanloopt wat ze wel en niet kan doen. Het is aan het volgende kabinet om te besluiten hoe die volgende stap gezet wordt en of de NLMA extra middelen krijgt. 

De KVNR is erg blij met de steun van de Kamerleden en de minister voor het goede werk dat de NLMA doet en de steun voor het verder brengen van nucleaire voortstuwing. Het gaat de KVNR erom dat Nederland weer een koppositie pakt in het maritieme ondernemingsklimaat. De NLMA, het terugdringen van regeldruk en innovaties zoals nucleaire voortstuwing zijn daar belangrijke ingrediënten voor. Het is nu tijd voor de politiek om de daad bij het woord te voegen door over te gaan tot actie. 

Verduurzaming en IMO

Suzanne Kröger (GL/PvdA) trapte af met een verwijzing naar de klimaatzaak van Greenpeace tegen de Nederlandse Staat i.v.m. Bonaire. Daarin stelde de rechter dat de zeescheepvaart moet worden meegenomen in de klimaatmaatregelen van het kabinet. 

De minister reageerde daarop door te verwijzen dat de zeescheepvaart daar al in wordt meegenomen. Bijvoorbeeld door de Europese maatregelen in FuelEU Maritime en het emissiehandelssysteem in CO₂. Hij noemt daarbij ook de teleurstelling dat in oktober 2025 binnen de IMO niet tot een akkoord is gekomen over mondiale klimaatmaatregelen voor de zeevaart. De sector zelf was ook teleurgesteld. Nederland is, samen met o.a. Denemarken, onderdeel van een kopgroep om het uitstel van het besluit in de IMO met één jaar goed te benutten. De minister zet zich daar actief voor in, door onder meer te overleggen met Cyprus en Griekenland om de gelederen in de EU gesloten te krijgen, maar ook met de Verenigde Staten. Het doel is om in oktober 2026 dan wel witte rook in de IMO te krijgen voor het Net Zero Framework. De minister erkent de huidige wispelturige geopolitieke situatie die het moeilijk maakt. Maar het jaar uitstel in de IMO moet goed benut worden. 

De KVNR is blij met de steun en de inzet van de minister om bij andere landen te lobbyen voor mondiale klimaatmaatregelen in de IMO. De zeevaart stoot immers CO2 uit, maar voor investeringen in duurzame alternatieven is voorspelbaar beleid en voorspelbare wet- en regelgeving vereist. Voor een mondiaal opererende sector als de zeevaart is een mondiaal CO2-akkoord onontbeerlijk. 

Neem contact op met...

Auteur

Lodewijk Wisse

Juridisch, Financieel en Fiscaal Ondernemingsklimaat
Persvoorlichting

Ramsey Albers

Woordvoering en Public Affairs