Kabinet staat achter het woonlandbeginsel
Het kabinet staat achter het woonlandbeginsel voor zeevarenden. Dit werd duidelijk in een reactie van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) die gaf hij naar aanleiding van het onderzoek naar het woonlandbeginsel door Deloitte en The Hague Centre for Strategic Studies. Volgens de Minister is de beloning op basis van het land waar een zeevarende woont een passend en evenwichtig loonmechanisme. Het houdt rekening met de internationale aard van de zeevaart en de werkomstandigheden voor bemanningsleden.
Een eerlijke en passende beloning
Internationale zeevarenden opereren immers niet binnen de economische ruimte van Nederland. Zij reizen vanuit hun woonland, bijvoorbeeld Indonesië of de Filipijnen, rechtstreeks naar het schip, werken en verblijven aan boord en keren na afloop van hun contractperiode terug naar hun woonland. Persoonlijke uitgaven worden in hoofdzaak in dat woonland gedaan. Het is daarom passend dat de beloning wordt afgestemd op het prijspeil en de levensstandaard daar.
Het woonlandbeginsel betekent niet dat werk minder wordt gewaardeerd. Integendeel: het uitgangspunt is dat elke zeevarende een eerlijke en passende beloning ontvangt die aansluit bij zijn of haar economische realiteit. Daarmee wordt ook voorkomen dat internationale bemanningen in een kunstmatige situatie terechtkomen waarin lonen zijn gebaseerd op een land waarin zij niet wonen, niet consumeren en niet deelnemen aan het maatschappelijke leven.
De maritieme sector is bij uitstek internationaal georganiseerd. Schepen varen wereldwijd, bemanningen zijn multinational en contractperiodes worden grotendeels aan boord doorgebracht. In die context is een uniforme koppeling aan één nationaal prijsniveau niet passend. Een systeem dat rekening houdt met het woonland sluit beter aan bij de praktijk van de mondiale zeevaart.
Het is daarom positief dat het kabinet het belang van dit evenwichtige beloningsmechanisme erkent. Het woonlandbeginsel biedt een realistische en sociaal passende benadering, die recht doet aan de internationale aard van het beroep en aan de leefwereld van zeevarenden wereldwijd.
Concurrerend en internationaal beloningsstructuur
De KVNR steunt het pleidooi van de Minister om dit systeem in stand te houden, mede gezien de door hem geschetste risico’s voor het Nederlandse maritieme cluster.
Het behoud van een concurrerende en internationaal werkbare beloningsstructuur draagt bij aan het onder Nederlandse vlag houden van schepen en daarmee aan de continuïteit van maritieme kennis, werkgelegenheid en strategische weerbaarheid. Het woonlandbeginsel vormt in dat opzicht niet alleen een passend loonmechanisme, maar ook een stabiele basis voor een sterke en toekomstbestendige Nederlandse zeevaart.