KVNR reageert op brief van massaclaimstichting: woonlandbeginsel onder druk
De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) heeft kennisgenomen van de brief die de advocaat van Stichting Equal Justice Equal Pay recent heeft verzonden aan een groot deel van de zeevaartondernemingen in Nederland. In deze brief wordt gesteld dat sprake zou zijn van verboden ongelijke beloning van Filipijnse en Indonesische zeevarenden aan boord van Nederlandse schepen. Ter onderbouwing wordt verwezen naar twee oordelen van het College voor de Rechten van de Mens van 18 augustus 2025. Daarin heeft het College, in twee individuele zaken gestart door een zeevarende uit Indonesië en een uit de Filipijnen, geoordeeld dat de staande internationale praktijk voor het belonen van zeevarenden, namelijk op basis van het prijspeil in het land waar ze wonen, niet gerechtvaardigd is.
De KVNR heeft eerder haar grote verbazing uitgesproken over het niet bindende oordeel van het College voor de Rechten van de Mens en gewaarschuwd voor de mogelijke risico’s voor de internationale positie van de Nederlandse zeevaart en verdere ondermijning van het gelijk speelveld in de internationale zeevaart.
De zeevaart is bij uitstek een internationale bedrijfstak. Dit heeft ertoe geleid dat ook de arbeidsmarkt in de afgelopen decennia steeds meer is geïnternationaliseerd. Omdat zeevarenden voor hun werk aan boord van het schip verblijven en hun verlof in principe in hun woonland doorbrengen, is er een internationaal systeem ontstaan van beloning op basis van het prijspeil in het woonland van de zeevarende. Elk land of monetaire regio kent een andere sociale inrichting, een ander juridisch systeem en een ander fiscaal beleid. Om een eerlijk systeem te hebben zonder loondiscriminatie wordt dus gekeken naar het woonland. Kosten voor levensonderhoud variëren immers van land tot land.
In 1997 heeft bij de Commissie Gelijke Behandeling een zaak gediend die vergelijkbaar is met de zaak waarover 18 augustus 2025 een oordeel is gepubliceerd. Toen deelde deze rechtsvoorganger van het College voor de Rechten van de Mens nog de opvatting dat de internationale staande systematiek was gerechtvaardigd, en die bovendien wordt gereguleerd onder toezicht van de Internationale Arbeidsorganisatie.
De KVNR is ervan overtuigd dat toepassing van het
Inmiddels heeft de
Annet Koster (directeur KVNR): ‘Dit onderzoek zal naar verwachting duidelijk maken hoe hard de gehele maritieme sector zal worden getroffen indien het woonlandbeginsel wordt losgelaten. Derhalve is het cruciaal dat wij ons hiertegen blijven verzetten in samenwerking met de brede maritieme sector, voor het behoud van een maritieme toekomst in ons land en een gezamenlijk verweer te voeren in deze kwestie.’