Opinie: Europa moet scheepsrecycling beoordelen op resultaten, niet op vooroordelen

Opinie
15 september 2026
#Veilig varen

De discussie over de opname van twee Indiase scheepsrecyclingwerven in de Europese lijst van goedgekeurde scheepsrecyclinginrichtingen zegt inmiddels meer over Europese percepties dan over de feitelijke kwaliteit van de betrokken werven.

Terwijl de Europese Commissie na uitgebreide inspecties heeft geconcludeerd dat de twee Indiase scheepsrecyclinginrichtingen voldoen aan de eisen van de Europese scheepsrecyclingverordening, proberen verschillende partijen de opname alsnog te blokkeren. Hun argumenten variëren van circulariteit en strategische autonomie tot een vermeend Europees verbod op " ". Maar wie naar de feiten kijkt, ziet vooral een opmerkelijke tegenstelling: dezelfde partijen die jarenlang hebben gepleit voor wereldwijde verbetering van milieu- en veiligheidsnormen, lijken nu moeite te hebben met het succes van precies die aanpak.

De vraag is simpel: voldoen deze werven aan de Europese regels? 

Dat zou eigenlijk het einde van de discussie moeten zijn. De Europese Commissie stelt voor om twee Indiase scheepsrecyclinginrichtingen in de Europese lijst van scheepsrecyclinginrichtingen op te nemen omdat zij hebben aangetoond te voldoen aan de vereisten van de Europese scheepsrecyclingverordening. Die beoordeling is gebaseerd op inspecties, audits en verificatie van de wettelijke criteria. De opname is dus geen politieke gunst, maar het resultaat van een technisch en juridisch beoordelingsproces.  

Vanuit KVNR-perspectief is daarmee de kern van de zaak gegeven. Regelgeving ontleent haar geloofwaardigheid aan objectieve toepassing. Wanneer een scheepsrecyclinginrichting aan de Europese eisen voldoet, moet zij worden toegelaten. Wanneer geografische voorkeuren of politieke overwegingen alsnog doorslaggevend worden, verandert regelgeving in willekeur.

Het ware succes van de Europese regelgeving

De tegenstanders van opname lijken één fundamenteel punt over het hoofd te zien: de Europese scheepsrecyclingverordening was nooit bedoeld om uitsluitend Europese scheepsrecyclinginrichtingen te beschermen of scheepsrecycling binnen de grenzen van de Europese Unie te houden. Het doel was juist om wereldwijd hogere standaarden af te dwingen.

Gedurende meer dan tien jaar hebben scheepsrecyclinginrichtingen buiten Europa miljoenen geïnvesteerd in betere infrastructuur, milieubescherming, arbeidsveiligheid en afvalbeheer om aan internationale en Europese normen te voldoen. De betrokken Indiase scheepsrecyclinginrichtingen hebben precies gedaan wat de Europese wetgever beoogde: investeren om het vereiste niveau te bereiken. Dat zij nu worden voorgedragen voor opname op de Europese lijst is geen probleem van de regelgeving, maar juist het bewijs dat zij werkt.

Een systeem dat bedrijven vraagt te investeren in hogere normen maar vervolgens weigert die verbeteringen te erkennen, verliest zijn geloofwaardigheid.

Circulariteit houdt niet op aan de Europese grens

Een populair argument is dat Europa vanuit circulariteitsoverwegingen recyclingcapaciteit binnen Europa zou moeten behouden. Dat klinkt aantrekkelijk, maar houdt bij nadere beschouwing weinig stand.

Circulariteit gaat niet over de locatie van een scheepsrecyclinginrichting. Circulariteit gaat over het veilig terugwinnen van materialen, het minimaliseren van afval en het hergebruik van grondstoffen. Staal uit een schip dat onder gecontroleerde omstandigheden in India wordt gerecycled, draagt net zo goed bij aan de circulaire economie als staal dat in Europa wordt teruggewonnen.

Bovendien is de zeescheepvaart per definitie een mondiale sector. Schepen varen wereldwijd, bemanningen zijn internationaal en grondstoffen bewegen over continenten. Het idee dat circulariteit alleen binnen Europese grenzen betekenis heeft, miskent de realiteit van internationale waardeketens.

Strategische autonomie mag geen verkapt protectionisme worden

Ook het argument van Europese strategische autonomie wordt steeds vaker naar voren geschoven. Natuurlijk mag Europa streven naar een sterke industriële basis. Maar de Europese lijst van scheepsrecyclinginrichtingen is niet ontworpen als industrieel beleidsinstrument. Het is een veiligheids- en milieu-instrument.

Wanneer een scheepsrecyclinginrichting wordt afgewezen ondanks aantoonbare naleving van Europese eisen, enkel omdat zij buiten Europa is gevestigd, ontstaat het risico dat strategische autonomie verandert in verkapt protectionisme. Dat zou niet alleen juridisch twijfelachtig zijn, maar ook contraproductief. Waarom zouden scheepsrecyclinginrichtingen buiten Europa nog investeren in betere milieu- en veiligheidsvoorzieningen als Europa vooraf heeft besloten dat erkenning toch onmogelijk is?

Het hardnekkige misverstand over beaching

Het meest emotionele argument betreft het zogenaamde verbod op beaching. Milieuorganisaties stellen dat de Europese Unie feitelijk een methode zou goedkeuren die binnen Europa niet zou zijn toegestaan. Daarbij wordt vaak de indruk gewekt dat opname van de Indiase scheepsrecyclinginrichtingen neerkomt op een versoepeling van de Europese milieuregels. Maar dat is niet wat de regelgeving zegt.

De Europese scheepsrecyclingverordening bevat geen expliciet verbod op een specifieke methode van scheepsontmanteling. Wat de regelgeving voorschrijft zijn prestatie-eisen: bescherming van werknemers, beheersing van afvalstromen, voorkomen van verontreiniging en adequaat beheer van gevaarlijke materialen.

De Europese Commissie heeft nu juist vastgesteld dat de betrokken Indiase scheepsrecyclinginrichtingen aan die criteria voldoen. Daarmee verschuift de discussie van feiten naar ideologie. De vraag zou moeten zijn of aan de wettelijke eisen wordt voldaan, niet of een bepaalde methode op principiële gronden wordt afgekeurd nadat de bevoegde autoriteiten hebben geconcludeerd dat aan de regelgeving is voldaan.

Een geloofwaardigheidstest voor Europa

Op 21 september zullen de EU-lidstaten de door de Europese Commissie voorgestelde 16e editie van de Europese lijst van scheepsrecyclinginrichtingen gaan bespreken en er mogelijk een besluit over nemen. De opname van de twee Indiase recyclingwerven in die lijst is uiteindelijk meer dan een technische wijziging van een lijst. Het is een test voor de geloofwaardigheid van het Europese beleid. 

Europa heeft jarenlang verkondigd dat hoge milieu- en veiligheidsstandaarden wereldwijd moeten worden gestimuleerd. Nu er scheepsrecyclinginrichtingen zijn die juist dankzij die Europese prikkels enorme investeringen hebben gedaan om aan die standaarden te voldoen, moet Europa laten zien dat prestaties daadwerkelijk worden beloond. 

De keuze is eenvoudig. Ofwel Europa houdt vast aan objectieve criteria en erkent scheepsrecyclinginrichtingen die aan de regels voldoen, ongeacht hun locatie. Ofwel Europa maakt duidelijk dat politieke voorkeuren uiteindelijk zwaarder wegen dan de eigen wetgeving.  

Voor de KVNR is de juiste keuze evident. Goede scheepsrecycling wordt bepaald door aantoonbare prestaties op het gebied van milieu en veiligheid, niet door een postcode. Europa moet daarom vasthouden aan een op feiten gebaseerd beoordelingssysteem. Dat is eerlijk, geloofwaardig en uiteindelijk de beste manier om wereldwijd betere standaarden voor scheepsrecycling te realiseren.

Neem contact op met...

Auteur

Niels van de Minkelis

Nautisch en Technisch