Op werkbezoek in het hart van Brussel
De praktijk op bezoek bij het Brusselse beleid
Brussel is het kloppend hart van de Europese Unie. Hier werkt de Europese Commissie in dialoog met het Europees Parlement en de lidstaten aan Europese wet- en regelgeving, zo ook voor de zeevaart.
Geen gemakkelijke opgave met 27 lidstaten, en soms merken reders dan ook een kloof tussen de dagelijkse realiteit op de werkvloer en de plannen van de Europese Commissie. Zo wordt er veel van bedrijven verwacht aan monitoren en rapporteren en sluit de praktijk aan boord niet altijd goed aan bij de implementatie van regelgeving.
Om praktijk en beleid dichter bij elkaar te brengen reisden afgelopen woensdag zes leden van de KVNR naar Brussel voor een gesprek met de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging, VVD-Europarlementariër Jeannette Baljeu en Polona Gregorin van DG Clima.
Permanente Vertegenwoordiging
In de ochtend sprak de delegatie met Mohamed El-Yemlahi (transportattaché), Marthe Huigsloot (klimaatattaché). Er werd stilgestaan bij de verschillende actuele maritieme ontwikkelingen in Brussel zoals:
De aankomende herziening van EU-ETS
De aankomende IMO-maatregel NZF
Het verlagen van administratieve lasten rondom EU-ETS en FuelEU Maritime
Het Innovation Fund en toepassing en opschaling van schone technologie en brandstoffen
Daarnaast werden het Sustainable Transport Investment Plan (STIP) en de Maritime Industrial Strategy kort besproken.
Europees Parlement en DG CLIMA
In de middag vond een gesprek plaats met Europarlementariër Jeannette Baljeu en Polona Gregorin van DG CLIMA.
Het werd een waardevolle en open dialoog over de aankomende herziening van
“Onze ambitie om tot net zero te komen is groot, maar dan hebben we regelgeving nodig die uitgaat van well to wake en monitoring die flink eenvoudiger is”
De middag benadrukte wederom het belang van goede gesprekken tussen Brussel en de maritieme sector om tot effectieve en werkbare regelgeving te komen. Zo bevestigde ook Jeannette Baljeu. Zij gaf aan dat de opschaling van schone brandstoffen nu een kip-ei-probleem is en om dat op te lossen, moeten we het gesprek met elkaar aan gaan.
KVNR-collega Nick Lurkin gaf daarbij aan dat deze vicieuze cirkel doorbroken kan worden door de opbrengsten van klimaatbeprijzing (het liefst mondiaal via IMO) slim in te zetten door opschaling van geavanceerde biobrandstoffen, groene methanol en bio-LNG te bevorderen in plaats van alleen naar ‘state of the art’-projecten te kijken.
“‘Zo bereiken we meer en geeft het brandstofproducenten en -leveranciers ook meer zekerheid om te investeren in de productie en opschaling van die schonere brandstoffen.’”
De Europese Commissie gaf aan de concrete voorbeelden van de aanwezige leden graag meeneemt in haar overwegingen. In het licht van het principeakkoord voor het IMO Net Zero Framework, gaf ze aan dat het voor eenieder van belang is om een mondiale overeenkomst te hebben, maar dat er met het IMO-instrument geen lagere ambities mag bestaan.
Namens de KVNR willen wij alle gesprekspartners bedanken voor hun tijd, openheid en belangstelling voor de praktijkervaringen uit de maritieme sector.