Prinsjesdag 2026: investeren in het verdienvermogen van morgen vraagt ook om investeren in de zeevaart
Nederland is een zeevarende natie. Negentig procent van de wereldhandel wordt over zee vervoerd en de Nederlandse zeevaart vormt de basis van het maritieme ecosysteem dat diep verweven is met onze economie, energievoorziening en veiligheid. Juist in een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, handelsroutes onder druk staan en Europa nadrukkelijker spreekt over strategische autonomie en weerbaarheid, wordt het belang van een sterke nationale vloot steeds zichtbaarder. De Nederlandse zeevaart zorgt ervoor dat goederen, grondstoffen en energie ons land blijven bereiken, beschermt Nederland tegen het water en versterkt daarmee ons verdienvermogen, onze leveringszekerheid en onze weerbaarheid.
Nederlandse reders behoren daarbij al jarenlang tot de internationale koplopers. De Nederlandse vlag geldt daarbij internationaal als een kwaliteitsvlag. Nederland scoort al jarenlang uitstekend in de inspecties van het Paris MoU en heeft sinds 2016 onafgebroken een positie in de top 10 van best presterende vlaggenstaten behouden. Met investeringen in innovatie, digitalisering, verduurzaming en veiligheid laten Nederlandse reders zien hoe ondernemerschap en langetermijnvisie de sector vooruitbrengen. Die ondernemingszin vormt een belangrijke kracht van het maritieme cluster. Keuzes van vandaag moeten gericht zijn op de economische groei van de toekomst. Het is daarom goed om te zien dat het kabinet zich richt op het verdienvermogen van morgen. De Miljoenennota en Rijksbegrotingen voor 2027 bevatten daarom verschillende aanknopingspunten voor de sector. Tegelijkertijd laten de plannen zien dat verdere versterking van het maritieme ondernemingsklimaat nodig blijft om investeringen, werkgelegenheid en maritieme kennis voor Nederland te behouden.
Innovatie als motor van toekomstig verdienvermogen
Het kabinet kiest nadrukkelijk voor investeringen in innovatie en reserveert hier tussen 2027 en 2031 ten minste €500 miljoen voor. Deze middelen zijn bestemd voor een nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds en voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), dat zich richt op de ontwikkeling van technologieën die bijdragen aan het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Voor de zeevaart biedt dit kansen om innovatieve toepassingen, zoals windondersteuning en Small Modular Reactors (SMR's) op zeeschepen, verder te ontwikkelen en op te schalen. Daarmee geeft het kabinet ook invulling aan aanbevelingen uit het Rapport-Wennink, waarin wordt gepleit voor grotere investeringen in innovatie, technologie en productiviteit.
Voor de zeevaart zijn dat belangrijke keuzes. De verduurzaming van de sector vraagt om opschaling van schonere scheepsbrandstoffen en innovatieve toepassingen aan boord. Als nieuwe Groeifondsmiddelen worden gericht op demonstratie, opschaling en ketensamenwerking, kan de zeevaart daar direct van profiteren. Eerdere rondes laten zien wat dat kan opleveren: het Maritiem Masterplan kreeg €210 miljoen toegekend en werkt inmiddels aan circa dertig klimaatneutrale demonstratieschepen. Zo versterken publieke investeringen niet alleen de verduurzaming, maar ook de kennispositie en concurrentiekracht van het maritieme cluster.
Energietransitie biedt kansen voor de zeevaart
De begrotingsplannen bevatten daarnaast forse investeringen in de energietransitie. Het kabinet trekt €1,3 miljard uit voor grootschalig transport en opslag van CO₂ onder de Noordzee. Daarbij wordt niet alleen ingezet op transport via pijpleidingen, ook schepen moeten afgevangen CO₂ vanuit andere locaties kunnen aanvoeren.
Nederlandse reders laten al zien hoe zij daarin vooroplopen. Met investeringen in innovatieve schepen zoals de Carbon Destroyer, gericht op het vervoer van vloeibare CO₂, wordt de zeevaart onderdeel van de oplossing. Zulke toepassingen laten zien dat de sector niet afwacht, maar actief investeert in de scheepvaart van de toekomst.
Verduurzaming vraagt om de juiste randvoorwaarden
De maritieme sector wil verduurzamen en investeert daar al volop in. Tegelijkertijd bestaat er geen uniforme route naar klimaatneutrale scheepvaart: welke technologie of brandstof het meest geschikt is, verschilt per schip, vaargebied en operatie.
Juist daarom zijn investeringen in randvoorwaarden én voorspelbaar beleid essentieel. Het kabinet stelt concreet €111,3 miljoen beschikbaar voor de verduurzaming van zeeschepen en er wordt €40 miljoen extra geïnvesteerd in de uitbreiding van walstroom in zeehavens. Daarmee zet het kabinet belangrijke stappen in het realiseren van de infrastructuur en ondersteuning die reders nodig hebben om te kunnen verduurzamen. Dat is voor reders van groot belang. Schepen worden immers gebouwd voor twintig tot dertig jaar. Investeringsbesluiten vragen daarom om duidelijkheid over infrastructuur, duurzame brandstoffen en de beleidsrichting voor de lange termijn.
Positieve stappen, maar kansen blijven liggen
De keuzes die het kabinet maakt en de investeringen in innovatie, technologie en toekomstig verdienvermogen bieden kansen voor de Nederlandse zeevaart. Om die kansen echt te benutten, zijn ook gerichte maatregelen nodig die het maritieme ondernemingsklimaat versterken en reders zekerheid geven om vanuit Nederland te blijven investeren.
Daarom blijft de KVNR inzetten op versterking van de Nederlandse Maritieme Autoriteit, zodat reders slagvaardiger worden ondersteund bij registratie, certificering en toezicht. Juist een goed toegeruste autoriteit draagt bij aan meer langjarige zekerheid over beleid, regelgeving en fiscale randvoorwaarden. Zulke zekerheid bepaalt mede of investeringen in schepen, mensen en maritieme kennis ook in Nederland landen.
Daar komt richting de voorjaarsbesluitvorming nog een tweede kans bij. De zeevaart draagt substantieel bij aan het
Die inzet komt samen in een pakket dat verduurzaming, investeringszekerheid en internationale concurrentiekracht met elkaar verbindt:
het Nederlandse register aantrekkelijker en concurrerender te maken ten opzichte van andere maritieme landen;
de Nederlandse Maritieme Autoriteit voldoende capaciteit en middelen te geven om reders slagvaardig te ondersteunen;
reders meer langjarige zekerheid te bieden over beleid, regelgeving en fiscale randvoorwaarden voor investeringen in nieuwe schepen;
ETS-opbrengsten uit de zeevaart gericht terug te laten vloeien naar schone scheepvaarttechnieken, infrastructuur en de opschaling van duurzame brandstoffen.
Nederland heeft alles in huis om een toonaangevende maritieme vestigingsplaats te blijven. Met deze keuzes kan het kabinet reders zekerheid geven om te investeren, innovatie naar Nederland halen en de zeevaart versterken als logistieke ruggengraat van onze economie en strategische sector voor de toekomst.